Wat zijn dat, ondernemingsrechtelijke geschillen? Zijn dat, zoals de Engelse term suggereert “exotische” geschillen met een internationaal tintje? Dat kan, maar het merendeel zijn toch conflicten die te maken hebben met Nederlandse NV‟s, BV‟s, Stichtingen, Coöperaties, maatschappen, V.O.F.‟s of andere gestructureerde samenwerkingsvormen, hun totstandkoming, aandeelhouders of leden, bestuur of aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders. Ook overnamegeschillen en claims in verband met garanties na overname worden tot de ondernemingsrechtelijke geschillen gerekend.

De Ondernemingskamer of de rechtbank

Sommige van deze geschillen worden niet bij de rechtbank, maar bij de Ondernemingskamer behandeld. De enquêteprocedure en de uitkoopprocedure door aandeelhouders zijn het exclusieve domein van de Ondernemingskamer. Enquêteprocedures zijn er om vast te laten stellen of er sprake is van wanbeleid binnen een vennootschap en om op korte termijn te kunnen ingrijpen in het bestuur door zogenaamde “onmiddellijke voorzieningen”, veelal de schorsing van één of meer bestuurders, benoeming van een tijdelijk bestuurder en/of beheerder van aandelen. Andere ondernemings- rechtelijke geschillen kunnen voor de “gewone” rechtbanken worden gebracht.

Geschillen kunnen variëren van ruzie in een tweemans-bv tot ontslag van bestuurders bij een overnamestrijd tussen multinationals. De laatste worden vaak bijgestaan door het spreekwoordelijke “leger van Zuidas-advocaten”, de ruziënde aandeelhouders in de tweemans-bv soms ook…..

Maar ook buiten de grote kantoren is bij bepaalde advocaten ruim voldoende expertise aanwezig om ondernemingsrechtelijke geschillen te voorkomen en waar dat niet lukt, deze op te lossen of zonodig uit te procederen. Procederen bij de Ondernemingskamer in Amsterdam is niet voorbehouden aan de Gucci‟s en LMVH‟s van deze wereld. Ook kleinere bv‟s kunnen hun heil zoeken in de enquêteprocedure, vooral vanwege de mogelijkheid daarin “onmiddellijke voorzieningen” te vragen als bijvoorbeeld de besluitvorming in het bestuur en de aandeelhoudersvergadering blokkeert.

Daarbij wordt niet zelden – op voorstel van de Ondernemingskamer ter zitting of onder leiding van een door de Ondernemingskamer als “onmiddellijke voorziening” benoemde tijdelijk bestuurder of beheerder van de aandelen – alsnog een minnelijke oplossing bereikt, iets wat vóór aanvang van de procedure nog uitgesloten leek.

Bijstand

Kan elke advocaat verantwoord procederen in ondernemingsrechtelijke geschillen? Ja, maar het vergt wel enige kennis, voorbereiding en bovenal ervaring. Niet dat de regels zo ingewikkeld zijn, maar het vraagt soms enige creativiteit om een ontspoorde verhouding tussen rechtspersoon en bestuurders of andere belanghebbenden weer in het gareel te brengen of te ontvlechten. Goede kennis van het instrumentarium en de toepassing in de praktijk is een vereiste. Een verkeerde actie kan leiden tot nagenoeg onherstelbare achterstand.

Maar uiteindelijk is het geen hocus-pocus of hogere wiskunde. Vaak kan met gezond verstand al worden voorzien hoe de hazen zullen lopen. Soms moeten die hazen worden “gedreven” door een onafhankelijke partij, benoemd door de Ondernemingskamer of, zoals onlangs met succes buiten een enquêteprocedure om door ons kantoor bepleit, door de gewone rechter. Redelijkheid en billijkheid is uiteindelijk een kernbegrip, ook in het ondernemingsrecht.

Niet alles kan met die mantra worden opgelost maar vaak kan eenvoudig worden geschetst dat een bepaalde ontwikkeling, houding of gedraging naar andere belanghebbenden bij de samenwerking niet door de beugel kan.

De enquêteprocedure

Tegenstrijdig belang tussen bestuur en vennootschap is vaak eenvoudig aanwijsbaar als bron van aandeelhoudersgeschillen. Een “buitenkansje”(een “handeltje van de directie” buiten de BV om; in goed Nederlands een „”corporate opportunity”) leidt veelal tot grote verontwaardiging van – in hun ogen - benadeelde aandeelhouders en leidt in de regel tot ingrepen in het bestuur.

In de praktijk komt veelvuldig voor dat een lopende enquêteprocedure wordt beëindigd omdat de betrokken belanghebbenden alsnog inzien dat een alternatieve  oplossing de voorkeur verdient. Lukt dat niet dan komt er uiteindelijk een rapport van de onderzoeker, op basis waarvan belanghebbenden de Ondernemingskamer kunnen vragen “wanbeleid” vast te stellen.

Doet de Ondernemingskamer dat, dan kunnen belanghebbenden die uitspraak gebruiken in onderhandelingen met de voor het wanbeleid verantwoordelijken over vergoeding van door het wanbeleid geleden schade. Komt men daarbij niet tot een oplossing, dan kunnen belanghebbenden uiteindelijk andere (ondernemingsrechtelijke) procedures starten tot verhaal van hun schade, waarbij de rechter vrij is in de waardering van de feiten en zijn oordeel over aansprakelijkheid. Hij is niet op voorhand gebonden aan het “wanbeleid-oordeel” van de Ondernemingskamer. In de praktijk wordt aan een dergelijk rapport en “wanbeleid-oordeel” wel zwaar getild.

In de meeste gevallen komt het niet zo ver en zien  partijen in dat het – al dan niet op advies van hun  advocaten, de Ondernemingskamer of door haar  benoemde bestuurders of onderzoekers – de voorkeur verdient de vastgelopen samenwerking op een praktische manier te ontvlechten en afscheid van elkaar te nemen. Bijstand van een advocaat is in enquêteprocedures bij de Ondernemingskamer in beginsel verplicht. Bel mij gerust voor nadere informatie.

Herzien op 22 september 2021. 

Vragen over dit artikel of dit onderwerp?
Deel deze pagina via